Wat het Belastingplan 2027 voor de hypotheekrenteaftrek regelt

Op 15 september 2026 bood minister Heinen van Financiën het Belastingplan 2027 aan de Tweede Kamer aan. De hypotheekrenteaftrek blijft daarin bestaan en wordt niet versoberd. Je trekt de betaalde rente af van je inkomen in box 1 en krijgt via je belastingaangifte een deel ervan terug. Hoeveel dat is, hangt af van het tarief waartegen je mag aftrekken.

Sinds 2025 volgt dat tarief de tweede belastingschijf. In 2026 ligt het op 37,56 procent en het voorstel voor 2027 is 38,16 procent. Heb je een lager inkomen, dan stijgt het percentage van 35,75 naar 36,23 procent. Het is nog een wetsvoorstel, dus de Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen. ABN AMRO zette de belangrijkste plannen uit het Belastingplan 2027 op een rij, inclusief wat er verandert bij de overdrachtsbelasting en duurzaamheid.

Wat de stijging je in euro's oplevert

Heel weinig. Stel dat je een midden of hoger inkomen hebt en € 4.000 hypotheekrente per jaar betaalt. Je teruggave stijgt dan van ruim € 1.502 naar ruim € 1.526, een verschil van € 24 per jaar of € 2 per maand. Per € 1.000 rente is dat € 6 extra.

Een deel daarvan gaat weer weg via het eigenwoningforfait, de bijtelling die je als huiseigenaar bij je inkomen krijgt. Volgens Van Bruggen loopt het totale bedrag aan eigenwoningforfait op van € 3,147 miljard in 2026 naar € 3,412 miljard in 2027. Je merkt de hypotheekrenteaftrek bovendien alleen als je aftrekbare kosten hoger zijn dan dat forfait. De schatkist merkt het ook: de kosten van de hypotheekrenteaftrek stijgen op de Rijksbegroting van € 10,698 miljard in 2026 naar € 12,123 miljard in 2027.

Een hoog inkomen geeft je niet automatisch meer hypotheekrenteaftrek. Wie in 2026 boven € 78.426 verdient, valt met een deel van het inkomen in de schijf van 49,50 procent, maar de rente mag alleen tegen 37,56 procent worden afgetrokken. In 2019 lag het hoogste aftrektarief nog op 49 procent.

Een verhoging die niemand zo bedoeld had

De stijging van de hypotheekrenteaftrek was geen bewuste keuze. Tijdens de formatie spraken D66, CDA en VVD af om de fiscale behandeling van de eigen woning met rust te laten. Volgens NOS willen D66 en CDA de hypotheekrenteaftrek liever afschaffen en wil de VVD daar niets van weten. Doordat het aftrektarief aan de tweede schijf hangt, gaat het toch omhoog zodra dat schijftarief stijgt.

De Tweede Kamer wilde de verruiming van de hypotheekrenteaftrek terugdraaien. Een motie van GroenLinks-PvdA, gesteund door D66 en CDA, kreeg een meerderheid en vroeg het kabinet om het ongedaan te maken, bijvoorbeeld met een lager aftrekpercentage of een beperktere verhoging van het eigenwoningforfait. Het budgettaire belang van die verruiming is € 183 miljoen in 2027. In het Belastingplan staat daar niets over.

Staatssecretaris Eerenberg zei op 1 oktober in de Tweede Kamer dat de fiscale behandeling van de eigen woning in deze kabinetsperiode niet ter discussie staat. De Kamerleden Grinwis en Dassen dienden op 17 september een amendement in waarmee het tarief op 37,56 procent blijft, net als in 2026. Wat er met dat amendement gebeurt, was op 28 oktober nog niet duidelijk.

Waarom 2031 het grotere probleem is

Sinds 2001 mag je hypotheekrente maximaal dertig jaar aftrekken. Voor hypotheken die toen al liepen, begon de teller op 1 januari 2001, dus de eerste termijnen eindigen op 1 januari 2031. Sinds 2013 krijg je alleen nog hypotheekrenteaftrek als je de lening binnen dertig jaar aflost. Bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek is de schuld dan weg. Bij een aflossingsvrije lening staat er na dertig jaar nog schuld, en daar zit de pijn.

Het ministerie van Financiën schat dat het aflopen van de termijn voor de hypotheekrenteaftrek ongeveer 1 miljoen hypotheken raakt, vooral aflossingsvrije leningen van vóór 2013. Dat zijn leningen en geen huishoudens, dus hoeveel huiseigenaren hun hypotheekrenteaftrek echt verliezen, is niet bekend.

Het grootste obstakel is administratief. Er is geen centraal register dat bijhoudt hoe lang iemand hypotheekrenteaftrek heeft gehad, en de meeste mensen bewaren hun hypotheekgegevens maar een paar jaar. Ambtenaren van Financiën waarschuwden dat er vanaf 2031 chaos kan ontstaan bij het indienen en controleren van aangiftes. Minister Heinen noemde het een tijdelijke situatie, omdat het probleem in 2043 uit de boeken loopt.

Voor de woningbezitter zelf kan er veel op het spel staan. Zonder hypotheekrenteaftrek kunnen de woonlasten flink stijgen, juist als de pensioenleeftijd dichtbij komt en het inkomen daalt. Het recht op hypotheekrenteaftrek heeft nu al invloed op de leenruimte van mensen die een nieuw huis willen kopen.

Welke oplossingen er op tafel liggen

Het rapport van Financiën, in mei 2026 naar de Kamer gestuurd, schetst vier richtingen:

  • De hypotheekrenteaftrek voor alle aflossingsvrije hypotheken van vóór 2013 stopt in 2031. Dat levert de schatkist tussen 2031 en 2043 gemiddeld € 1,4 miljard per jaar op, maar een deel van de eigenaren krijgt dan minder aftrekjaren dan waar ze recht op hadden.
  • Het voordeel van de hypotheekrenteaftrek loopt tussen 2031 en 2043 jaarlijks iets terug in plaats van in één keer te verdwijnen.
  • Je zet de aflossingsvrije lening vóór 2031 om in een annuïteitenhypotheek en krijgt daarmee opnieuw recht op maximaal dertig jaar aftrek.
  • Er verandert niets. Volgens de ambtenaren is dat de goedkoopste route, maar de uitkomsten zijn oneerlijk.

Welke kant het met de hypotheekrenteaftrek opgaat, is onduidelijk. Eerenberg (D66) beloofde nog in deze kabinetsperiode met een oplossing te komen, terwijl vicepremier Yesilgöz (VVD) vindt dat het volgende kabinet de knoop mag doorhakken. NOS beschreef dat het kabinet voor een lastige keuze staat, omdat de hypotheekrenteaftrek binnen de coalitie gevoelig ligt.

Wat je nu kunt doen

Zolang er geen besluit ligt, kun je vooral je eigen gegevens op orde brengen:

  • Zoek op wanneer je hypotheek is ingegaan en uit welke leningdelen hij bestaat.
  • Kijk of een deel aflossingsvrij is en wanneer je dat deel hebt afgesloten.
  • Bewaar je hypotheekgegevens en jaaropgaven op een plek waar je ze over tien of twintig jaar nog terugvindt.
  • Houd er rekening mee dat oversluiten de dertigjaarstermijn in principe niet opnieuw laat beginnen. Vergelijk de resterende jaren hypotheekrenteaftrek dus met de looptijd van een nieuwe lening.

Een rekenvoorbeeld over hypotheekrenteaftrek past zelden precies op jouw situatie. Je kunt je hypotheekrenteaftrek berekenen via een onafhankelijke hypotheekadviseur, die kijkt naar de looptijd van je lening, je inkomen en je plannen voor de komende jaren.

Wat er de komende maanden nog volgt

De Tweede en Eerste Kamer stemmen nog over het Belastingplan 2027, inclusief het amendement over het tarief van de hypotheekrenteaftrek. Het kabinet moet daarnaast reageren op het rapport over de dertigjaarstermijn. In 2027 staat bovendien een evaluatie van de regels voor de eigen woning gepland. Wie geen of nog maar een kleine hypotheek heeft, krijgt in 2027 minder voordeel van de Wet Hillen, een regeling die los van de hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd.