Een probleemlocatie die ieder jaar meerdere keren aandacht vraagt, veroorzaakt meer kosten dan alleen de factuur van de reinigingswagen.
Ook planning, toezicht, verkeersmaatregelen en klachtenafhandeling kosten tijd. In een woonwijk kan bovendien hinder voor inwoners ontstaan.
Voor een gemeente is het daarom nuttig om locaties te rangschikken op totale jaarlijkse beheerlast.
Rioolgeur kan verschillende oorzaken hebben. Waterstofsulfide is een belangrijke mogelijke component bij zuurstofarm afvalwater.
Het RIVM beschrijft dat langdurige geurhinder tot onbehagen en ongerustheid kan leiden en dat mensen bij bepaalde geurproblemen klachten zoals hoofdpijn en misselijkheid kunnen ervaren. Meer over geurhinder staat bij het RIVM.
Daarom is het zinvol om herhaalde bewonersmeldingen als beheerdata te behandelen.
In woonwijken met winkelcentra, horeca of voorzieningen kan vet in het afvalwater een lokale beheerfactor worden.
Macero's oplossingen voor vetafscheiders sluiten aan op dit vraagstuk. Macero beschrijft hoe vetafscheiders vet en olie vóór de aansluiting op de gemeentelijke riolering opvangen en hoe biologische vetafbraak aanvullend kan worden ingezet bij terugkerende vetproblemen.
Voor gemeenten is vooral van belang waar vet uiteindelijk in het openbare stelsel wordt aangetroffen. Die locaties kunnen worden gekoppeld aan reinigingsgegevens en omliggende aansluitingen.
Een oplossing die minder onderhoud belooft, moet dat ook kunnen aantonen.
Daarom is een pilot met biologische vetafbraak interessant als meetmodel. Macero volgt daarbij de locatie gedurende twaalf maanden en rapporteert de voortgang.
Gemeenten kunnen tijdens een proef bijvoorbeeld kijken naar:
Zo ontstaat een vergelijking op basis van prestaties.
Macero positioneert zich als specialist in biologisch afvalwaterbeheer. Het bedrijf biedt toepassingen voor vet- en geurproblemen en voert daarnaast H₂S-meettrajecten uit. Daarbij worden locaties geïnventariseerd, behandeld of gemeten en gedurende het traject gevolgd.
Voor een gemeente is vooral relevant dat de behandeling daarmee onderdeel kan worden van een beheerproces in plaats van een losse interventie.
Efficiënt rioolbeheer draait niet om zo weinig mogelijk onderhoud. Te weinig onderhoud kan juist tot dure calamiteiten leiden.
De winst zit in het voorkomen van werkzaamheden die steeds opnieuw nodig blijken zonder dat de oorzaak wordt aangepakt.
Door probleemlocaties eerst meetbaar te maken en vervolgens gericht preventieve maatregelen te testen, kunnen gemeenten bepalen waar een andere aanpak werkelijk tijd en geld bespaart. Dat is een vorm van zuinig beheer die ook de leefbaarheid van woonwijken ten goede kan komen.